Home Blog Page 3

Antibiotica

0

Het klassieke begrip antibioticum heeft betrekking op stoffen van organische oorsprong die ziekteverwekkers (met name bacteriën in het lichaam) bestrijden, dit naast chemotherapeutica, stoffen die door de mens langs synthetische weg zijn bereid. Tegenwoordig wordt dit onderscheid niet meer strikt gehandhaafd en spreekt men bij alle stoffen die aan mensen kunnen worden toegediend om bacteriële infecties te bestrijden over antibiotica. Met de term chemotherapeutica worden tegenwoordig meer specifiek anti-kankermiddelen bedoeld. Middelen die ziekteverwekkers doden die zich niet in het lichaam maar op de huid of op bijvoorbeeld werkbladen bevinden worden desinfectantia of antiseptica genoemd. Er zijn twee belangrijke groepen antibiotica: de bactericide of bacteriedodende, en de bacteriostatische of bacterieremmende, die de groei voorkomen. Voor een bactericide werking (bijvoorbeeld bij penicillinen) is groei soms noodzakelijk. Dergelijke middelen kunnen, althans theoretisch gezien, beter niet met een antibioticum uit de bacteriostatische groep (zoals doxycycline) worden gecombineerd.

Geschiedenis

Er zijn aanwijzingen dat reeds in de Egyptische tijd een gorgeldrank op basis van appelschimmel werd toegepast. In de middeleeuwen werd ontdekt dat kwik soms goed werkzaam was tegen syfilis, maar vanwege de bijwerkingen was dit een twijfelachtig waagstuk, dat aan het Oostenrijkse hof in de 18e eeuw om die reden zelfs verboden werd.

Sinds de 16e eeuw werd ook extract van pokhout toegepast, dat minder bijwerkingen had. Aan het einde van de 19e eeuw kwamen er enkele medicamenten beschikbaar die een voor die tijd relatief gunstige verhouding tussen werkzaamheid en bijwerkingen hadden, zoals een serum tegen difterie, en Atoxyl tegen syfilis, later verdrongen door het veel minder giftige Arsfenamine, in 1909 ontwikkeld de Duitse arts Paul Ehrlich en zijn medewerker Sahachiro Hata.

Het eerste echte antibioticum penicilline werd in 1928 door Britse arts-bacterioloog Alexander Fleming geïdentificeerd als de werkzame stof afgescheiden door een bepaalde penseelschimmel, Penicillium chrysogenum. Onder andere doordat Fleming uit idealisme weigerde zijn ontdekking te patenteren, was het voor de farmaceutische industrie niet zakelijk verantwoord het in productie te nemen.

De Duitse patholoog en bacterioloog Gerhard Domagk ontdekte in 1932 dat sulfonamide een bacteriocide was. Dit werd 1935 op de markt gebracht. Pas in 1941 verschenen de eerste publicaties over de toepassing van penicilline bij mensen en kwam, geholpen door druk vanuit de oorlogssituatie, de commerciële productie van penicilline op gang. Later kwam daar streptomycine (het eerste antibioticum tegen onder meer tuberculose) bij en allerlei daarvan afgeleide middelen.

De ontdekking en de toepassing van antibiotica zoals penicilline betekende een doorbraak in de bestrijding van ziekteverwekkende bacteriën. Er werd over gesproken als ‘een wondermiddel’, dat een grote effectiviteit paarde aan geringe bijwerkingen.

Clindamycine

0

Clindamycine is een antibioticum dat behoort tot de categorie van de lincosamiden. Het is een semisynthetisch derivaat van lincomycine. Het kan bacteriostatisch of bactericide werken, afhankelijk van de concentratie van het antibioticum en de gevoeligheid van het micro-organisme. De volgende bacteriën, die gewoonlijk geassocieerd zijn met bacteriële vaginose, zijn gevoelig voor clindamycine: Gardnerella vaginalis, Mobiluncus spp., Bacteroides spp., Mycoplasma hominis, Peptostreptococcus spp.

Clindamycine wordt toegepast bij onder andere:

  • acne (clindamycine in de producten:Inderm en Dalacin-T)
  • vaginale bacteriële infecties,
  • andere bacteriële infecties.

Toedieningsvormen

  • oraal.
  • injecties (subcutaan of Intramusculair of Intravasculair).
  • lotion.

Benzoylperoxide

0

Benzoylperoxide of BPO (IUPAC-naam: difenylperoxyanhydride) is een organische verbinding met als brutoformule C14 H10O4, die voorkomt als een kleurloze vaste stof.

Medisch

Benzoylperoxide vindt toepassing in de bestrijding van (jeugd)puistjes. Het is sinds 1980 in Nederland zonder recept verkrijgbaar bij de apotheek als een gel onder verschillende merknamen. Het werkt in op de bovenste huidlaag, waar het de overmatige groei van nieuwe huidcellen afremt. Ook bestrijdt het de bacterie die acne veroorzaakt. Het is een van de meest gebruikte middelen bij de bestrijding van acne, en medici hebben er veel ervaring mee. Het kan textiel bleken.

Technisch

Benzoylperoxide wordt gebruikt als initiator bij het maken van polymeren op basis van alkenen. De binding tussen de twee zuurstofatomen is vrij zwak: het molecuul splitst op deze positie makkelijk. De ontstane moleculaire gedeelten zijn vrije radicalen die vervolgens de polymerisatie op gang brengen

Gevaarlijke Stoffen

Benzoylperoxide bevat gevaarlijke stoffen. Hier voor is een internationale gevaarlijke stoffen kaart beschikbaar.

12l

Staphylococcus aureus

0

Staphylococcus aureus is een stafylokok die toxinen afscheidt en is gram-positief. Toxinen hebben een negatieve werking op het menselijk lichaam. S. aureus zit in 20 tot 30 procent van de gevallen op de huid van mens en dier en op de slijmvliezen, zoals de neusholte. Als de bacterie door de huid heen het lichaam binnendringt kan deze huidinfecties en bij infectie van bestaande wonden, ook na operaties infecties van de wond veroorzaken, maar ook urineweginfecties, longontsteking en uierontsteking bij koeien. S. aureus is coagulase positief maar atypische varianten kunnen ook coagulase negatief zijn.

Staphylococcus aureus kan ook de veroorzaker zijn van voedselvergiftiging (staphyloenterotoxicosis en staphyloenterotoxemie); de enterotoxinen zoals die door enkele stammen S. aureus worden aangemaakt zijn hiervoor verantwoordelijk.

Enkele stammen zijn inmiddels al resistent tegen het antibioticum methicilline. Deze Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) kwam in Nederland tot voor kort alleen voor in ziekenhuizen. Als dit wordt geconstateerd, wordt vaak een quarantaine afgekondigd. Nu worden ook stammen aangetroffen buiten het ziekenhuis. Uit een onderzoek van het Centrum Infectieziektebestrijding en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is gebleken dat de MRSA bij 40% van de varkens voorkomt.

Uitgebreide informatie is te vinden in de LCI-richtlijn Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA

Abces

0
Een vijf dagen oud abces
Een vijf dagen oud abces

Een abces is een hoeveelheid pus (etter) in een niet eerder bestaande holte. Etter in een wel van tevoren bestaande holte (galblaas, pleuraholte) heet empyeem.

Abcessen zijn vrijwel altijd het gevolg van een bacteriële infectie. De bacteriën scheiden toxinen af en veroorzaken het afsterven van cellen ter plaatse en een ontstekingsreactie, die afweercellen aantrekt, die ten dele ook weer uit elkaar barsten. Hierdoor ontstaat een holte in het weefsel, gevuld met etter. Etter bestaat uit vervloeide dode weefselcellen, levende en dode bacteriën en dode witte bloedcellen, vooral macrofagen.

Abcessen kunnen overal op en in het lichaam voorkomen.

Behandeling

Bestaat in het algemeen uit het laten aflopen van de etter, door het abces met een voldoende ruime toegang te openen, meestal met een mes (ubi pus evacua), leidend tot pus bonum et laudabile. Dit is over het algemeen erg pijnlijk doordat het ontstoken weefsel met meer pijn dan normaal reageert op prikkels. Bij grotere ingrepen zal dit daarom vaak onder narcose gebeuren. Plaatselijke verdoving in een ontstoken gebied is minder gewenst. Soms wordt bij oppervlakkige abcessen de gevoeligheid wat verminderd door het gebied met spray koud te maken. Als de etter goed weg kan, is dat vaak al voldoende om de genezing te kunnen laten beginnen en zullen antibiotica vaak niet meer nodig zijn. Bij steenpuisten kan meestal beter niet gesneden worden.

foto: By Amrith Raj – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=23291473

Poriën

0
Een porie in de huid is het buisje dat bij een talgklier of zweetklier hoort. De talgklieren scheiden talg uit, een vettige substantie. Talg is nodig om de huid soepel en vochtig te houden.
Een porie in de huid is het buisje dat bij een talgklier of zweetklier hoort. De talgklieren scheiden talg uit, een vettige substantie. Talg is nodig om de huid soepel en vochtig te houden.

Een porie in meer algemene zin is een buisvormige opening naar een oppervlak. Poriën komen voor bij diverse planten en dieren, maar ook in bijvoorbeeld gesteenten en mineralen. Een porie in de huid is het buisje dat bij een talgklier of zweetklier hoort. De talgklieren scheiden talg uit, een vettige substantie.

Talg is nodig om de huid soepel en vochtig te houden. Bij acne kan de talg niet snel genoeg uit de poriën stromen waardoor puistjes ontstaan. Bij sommige dieren, zoals hagedissen, dienen de sterk vergrote poriën aan de onderzijde van de dijen (femorale poriën) voor het uitzetten van geurvlaggen.

Hormoon

0

Hormonen zijn signaalstoffen die door endocriene klieren via de bloedbaan aan doelcellen of -organen worden afgegeven. Dit in tegenstelling tot neurotransmitters waarvan het effect (meestal) optreedt op de plaats van afgifte (de synaps). Ook feromonen zijn chemische boodschappers, maar dan tussen verschillende individuen van dezelfde soort. Ook planten maken hormonen.

Oorspronkelijk werd onder een hormoon uitsluitend een product van een endocriene klier verstaan.

Het woord hormoon komt van het Griekse hormao dat ‘in beweging zetten’ betekent.

Alle hormonen hebben een regelfunctie in het lichaam en maken deel uit van soms eenvoudige, soms complexe regelsystemen. Hoe ‘weet’ een klier of hij meer of juist minder hormoon moet afgeven? Hiervoor maakt het lichaam meestal gebruik van negatieve terugkoppeling. Een belangrijk deel van de hersenen dat hierbij betrokken is, is de hypothalamus. Deze ‘meet’ de hoeveelheden van verschillende hormonen in de bloedbaan en reageert hierop door zelf hormonale of neurale berichten af te geven aan de endocriene klieren (vooral de hypofyse). Deze berichten geven dan aan of de productie van het hormoon gestimuleerd of geremd moet worden. Een voorbeeld:

Het hormoon T4 (tetrajoodthyronine of thyroxine) wordt in de schildklier geproduceerd als reactie op het hormoon TSH (thyreoïdstimulerend hormoon) dat door de hypofyse wordt afgegeven. Het hormoon TSH wordt op zijn beurt weer geproduceerd als reactie op TRH (TSH-releasing hormone) dat door de hypothalamus wordt afgescheiden. Deze meet tegelijk de concentratie T4 in het bloed. Gaat deze concentratie over een bepaalde (drempel)waarde heen, dan wordt de productie van TRH (en daarmee van TSH en T4) geremd.
Een ander voorbeeld van negatieve terugkoppeling is te vinden bij testosteron.

Puberteit

0

De puberteit (of pubescentie) is de periode waarin meisjes en jongens zich tot volwassene ontwikkelen. Ze worden geslachtsrijp en ontwikkelen zich mentaal tot volwassenen. In het algemeen valt de puberteit tussen het tiende en achttiende levensjaar.

Primair wordt de puberteit op gang gebracht door veranderingen in de hormoonspiegels in het bloed. Deze hormonen worden achtereenvolgens geproduceerd door de hypothalamus, hypofyse en de gonaden (eierstokken of zaadballen). Het samenspel van deze drie organen wordt de hypothalamische-hypofysaire-gonadale-as genoemd. Voor de puberteit is de productie van de hypofysaire en gonadale hormonen laag. Aan het begin van de puberteit valt de remming van het hormoon Gonadotropin-Releasing hormone (GnRH) in de hypothalamus weg. Als gevolg hierop worden in de hypofyse de gonadotrope hormonen FSH en LH aangemaakt.

Voor de puberteit is er al een cyclus aanwezig van GnRH productie, gevolgd door pulsaties van FSH en LH secretie. Een paar uur later volgt de secretie van testosteron en oestrogeen. Vroeg en midden in de puberteit nemen de frequentie en hoeveelheden van FSH en LH secretie toe. Dit komt omdat de remming door middel van negatieve feedback afneemt (het eindproduct remt de productie van GnRH). Hierdoor worden de gonaden aangezet om testosteron of oestrogeen te maken. Bij meisjes stimuleert FSH de rijping van de eierstokken, functie van de granulosacellen (aanmaken geslachtshormonen) en secretie van oestradiol. LH zorgt voor de ovulatie, formatie van het gele lichaam (corpus luteum) en secretie van progesteron. In het begin zorgt oestradiol voor remming van FSH en LH, maar later zorgt het juist voor stimulatie. Hierdoor wordt de secretie van FSH en LH cyclisch. De hoeveelheid oestradiol neemt geleidelijk aan toe en zorgt voor rijping van de geslachtswegen en ontwikkeling van de borsten.

Bij jongens stimuleert LH de interstitiële cellen van de testikels om testosteron te maken. FSH stimuleert de aanmaak van spermatocyten in de aanwezigheid van testosteron. In de zaadballen wordt ook inhibine gemaakt in de Sertoli-cellen. Inhibine is een eiwit dat de secretie van FSH remt. Tijdens de puberteit stijgt de testosteronspiegel tot meer dan 20 keer zo hoog als prepubertaal. De testosteronspiegel hangt ook samen met de lichamelijke ontwikkeling en rijping van de botten.

Tijdens de puberteit vindt een groeispurt plaats, deze kost veel energie. Uit onderzoek is gebleken dat zowel het leptinegehalte, als ook aanwezige glucose en vetzuren in het bloed invloed hebben op de overgang naar puberteit en mate van vruchtbaarheid nadat de vrouw volwassen is geworden. Wanneer één van deze drie niet in voldoende mate aanwezig is, zal de cyclus bij de vrouw niet (adequaat) plaatsvinden.

foto: CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=895222

Mee-etter

0
Mee etters zichtbaar op de neus
Mee etters zichtbaar op de neus

Een mee-eter (medisch: comedo, van Latijn: com: mee, edo: eten) is een ophoping van hoorn gemengd met talg in de uitmonding van het haarzakje. De zwarte kleur berust op het melanine bevattend keratine. Mee-eters zitten vaak op het gezicht, in het oor, in de nek of op de rug (vooral de schouders) en zien er uit als zwarte of witte puntjes. Vooral personen in de puberteit hebben er last van. Minerale oliën zoals vaseline kunnen dit verergeren. Make-up zelf is niet vervuilend, maar make-up gemengd met talg, zweet e.d. wel. Met andere woorden, als make-up niet afgewassen wordt voor het slapengaan, kan dit aanleiding geven tot mee-eters.

Een mee-eter ontstaat door een verhoorningsstoornis. Het hoorn hoopt zich op in het haarzakje, en wordt vermengd met talg. Er worden open comedonen (blackheads), gesloten comedonen (whiteheads) en microcomedo’s (kleine witte puntjes) onderscheiden. Bij open comedonen is het zwarte puntje de hoornprop die de verwijde uitvoergang van het haarzakje vult. Bij een gesloten comedo is er de afvoergang zeer nauw; eigenlijk is deze toestand vergelijkbaar met een gerstekorrel. De bacteriën die van nature in haarzakjes aanwezig zijn, kunnen gaan woekeren door de afsluiting en de ophoping van talg. Er vormt zich een puistje. Microcomedo’s kunnen evolueren naar een blackhead of een whitehead.

Comedonen zijn kenmerkend voor de aandoening acne vulgaris. Er is een aantal andere aandoeningen waarbij comedonen kunnen voorkomen:
Hidradenitis suppurativa, ook wel acne ectopica: steenpuist-achtige ontstekingen in liezen, oksels en (soms) andere huidplooien.
Steroïdacne: acne uitgelokt door het gebruik van corticosteroiden (mogelijk een vorm van chlooracne)
Chlooracne: dichloor, andere halogenen (dibroom, difluor) en dioxines kunnen comedonen uitlokken.
Syndroom van Favre-Racouchot= Nodular Elastosis with Cysts and Comedones: een type huidveroudering ontstaan door zonlicht, gekenmerkt door comedonen en gelige verkleuring van de huid.
Reuzencomedo= dilated pore of Winer: bij ouderen kan een enkele sterk verwijde haarfollikel met hoornprop voorkomen.
Naevus comedonicus: een afgegrensd huidgebied waarin veel comedonen voorkomen, (waarschijnlijk) door een aanlegstoornis.

Talg

0

Talg (L: sebum) is een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren die zich vrijwel overal in de lederhuid bevinden waar ook beharing is.

Talg heeft een beschermende werking tegen uitdroging van de huid en het haar en tegen infectie door bacteriën en schimmels. Talg is op zich geurloos, maar bacteriën kunnen het een kenmerkende geur geven. De talgproductie is afhankelijk van de hormoonhuishouding en leeftijd. Te veel talg geeft aanleiding tot acne. Talg bestaat vooral uit vetzuur en esters. Talgklieren bevinden zich telkens naast haarwortels. Daarnaast zijn er ook speciale talgklieren die in onbehaarde delen voorkomen, zoals de ogen en de geslachtsdelen om die te beschermen tegen uitdroging en infecties.

laatste Nieuws