Home Blog Page 2

Een fijne Kerst 2015 toegewenst

0

Een fijne Kerst 2015 toegewenst

Wij wensen jullie een prettig Pinksterweekend 2015 toe !!!

0

Een fijn Pinksterweekend toegewenst !!

 

Fijne Paasdagen 2015 toegewenst !

0

Ik wens jullie een fijn Pasen toe !!

 

Voorbeeld Acne op de rug

0

Voorbeeld van Acne op de rug van een patiënt. Het is medisch gezien onschadelijk.

Voorbeelden van littekens veroorzaakt door Acne

0

In deze afbeelding, een gedeelte van de huid van een gezicht met littekens veroorzaakt door Acne.

Isotretinoïne

0

Isotretinoïne is een geneesmiddel dat wordt voorgeschreven tegen ernstige vormen van acne die door vorige medicatie niet werd verholpen. Het wordt verkregen onder de merknaam Roaccutane (Roche). De structuur is afgeleid van vitamine A:

Het medicijn is zeer effectief bij mensen met acne, dankzij een meervoudige werking;

het remt de overvloedige talgproductie
het voorkomt het groter worden van de talgklier
het stopt de vorming van nieuwe puistjes of mee-eters
het remt de ontstekingsreactie (roodheid) die de bacterie veroorzaakt.

Mogelijke bijwerkingen

De meeste bijwerkingen zijn dosis-afhankelijk en reversibel.

  • droge lippen, huid en slijmvliezen. Het barsten van de lippen kan worden voorkomen door de lippen vele malen per dag in te smeren met (lippen)zalf;
  • verminderde traanproductie (veroorzaakt irritaties aan het oog). Lenzen kunnen vervangen worden door een bril of men kan kunsttranen gebruiken;
  • zonovergevoeligheid. Zolang met dit geneesmiddel gebruikt dient men directe zon te vermijden;
  • verhoging van het vet- en cholesterolgehalte;
    verstoorde leverfunctie (de leverfunctie moet om de paar weken gecontroleerd worden);
  • tijdelijke haaruitval (in sommige gevallen langdurig);
    gewricht- en spierpijn;
  • psychische problemen, depressies, zelfmoordneigingen.

Dermatoloog

0

Dermatologie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen ‘huidziekten’ genoemd. Een arts die dermatologie als specialisatie heeft, wordt ‘huidarts’ of ‘dermatoloog’ genoemd. Het woord dermatoloog komt van het oud grieks : δερμα of derma(huid) en λογος of logos (leer).

Huidziekten zijn zeer algemeen en er is vrijwel niemand die niet af en toe iets aan de huid heeft. De diagnostiek van huidziekten bestaat in eerste instantie vooral uit inspectie: goed kijken en beschrijven wat er wordt gezien. Voor deze beschrijving bestaat een specifiek jargon, zie morfologie huidafwijkingen.

Daarnaast is de voorgeschiedenis of anamnese vaak van belang. Soms is nader onderzoek nodig, meestal bloedonderzoek of microscopisch onderzoek van een biopt, een monstertje van de aangedane huid. Veel huidziekten hebben niet alleen betrekking op de huid maar ook op andere orgaansystemen.

Aandoeningen

De dermatologie houdt zich bezig met diagnosticeren en behandelen van o.a. deze groepen van aandoeningen:

  • Eczemen, allergie, netelroos.
  • Huidkanker, moedervlekken, melanoom.
  • Flebologie, lymfoedeem, aambeien, chronische wonden, spataders.
  • Infectieziektes van de huid, zoals herpes, wondroos,
  • Geslachtsziekten, zoals chlamydia, syfilis, genitale wratten.
  • Haren, nagels en zweetklieren, aandoeningen als vormen van kaalheid, hirsutisme, acne, onychopathie en hyperhidrose.
  • Pigmentafwijkingen, zoals hypopigmentatie waarvan albinisme en vitiligo voorbeelden zijn, en zoals hyperpigmentatie waarvan melasma, pityriasis versicolor voorbeelden zijn.
  • Auto-immuunaandoeningen van de huid, zoals psoriasis, lichen planus, cutane lupus erythematodes, Ziekte van Jessner, pemfigoid.

Geneesmiddelen

0

Een geneesmiddel (ook medicijn en medicament) is een chemische stof of complex van chemische stoffen met een beoogd farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect op het (dierlijk of menselijk) lichaam. De wetenschap van de geneesmiddelen heet farmacie. De wetenschap naar de effecten van geneesmiddelen in het menselijk lichaam (humane) farmacologie. Het voorschrijven van geneesmiddelen wordt ook wel farmacotherapie of geneesmiddelentherapie genoemd. Veel geneesmiddelen hebben een plantaardige, dierlijke of andere biologische oorsprong zoals respectievelijk de alkaloïden, bepaalde insulines of penicillinen, maar de meeste worden tegenwoordig synthetisch gemaakt. Vaak worden om praktische redenen grondstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong als uitgangsstof voor de synthese van geneesmiddelen gebruikt.

Volgens de definitie in de Nederlandse geneesmiddelenwet hoeft een geneesmiddel dus niet altijd te genezen, en omvat het bijvoorbeeld ook diagnosemiddelen en middelen die preventief (profylactisch) worden ingezet. Zo vallen de volgende middelen onder de definitie van geneesmiddel:

  • middelen met een therapeutische (genezende) werking – bijvoorbeeld een antibioticum;
  • middelen met een profylactische (preventieve) werking – bijvoorbeeld een antimalariamiddel;
  • middelen die dienen om een diagnose te stellen – bijvoorbeeld een oogdruppel die door de oogarts tijdens spreekuur wordt gebruikt;
  • middelen die dienen om fysiologische functies bij de mens te herstellen, verbeteren of wijzigen – bijvoorbeeld een middel dat gebruikt wordt bij suikerziekte, bij een te hoog cholesterol of tegen te hoge bloeddruk.

In de praktijk zijn er, in vergelijking tot de totale hoeveelheid beschikbare middelen, slechts een zeer beperkt aantal die een genezende werking hebben en verreweg het overgrote deel van de medicijnen hebben geen genezende werking, maar worden gebruikt om fysiologische functies te beïnvloeden.

Indelingen

Geneesmiddelen kunnen op veel manieren worden ingedeeld: gangbare methoden zijn bijvoorbeeld

  • naar therapeutisch doel, bijvoorbeeld preventieve middelen;
  • naar therapeutisch effect, bijvoorbeeld bloeddrukverlagende middelen;
  • naar orgaansystemen van het menselijk lichaam;
  • naar chemische structuur, bijvoorbeeld benzodiazepinen;
  • naar werkingsstrategie, bijvoorbeeld substitutie;
  • naar werkingswijze of werkingsmechanisme, bijvoorbeeld alkylerende agentia;
  • naar oorsprong, bijvoorbeeld digitalisglycosiden;
  • naar verstrekkingsregels, bijvoorbeeld Opiumwet-middelen;
  • naar toedieningsweg, bijvoorbeeld zetpillen;
  • naar verstrekkingsvorm, bijvoorbeeld capsules of tabletten;
  • naar werkingsduur, bijvoorbeeld langwerkende slaapmiddelen;
  • naar de manier waarop ze uit het lichaam worden verwijderd, bijvoorbeeld middelen met renale klaring.
    enz.

Een indeling die internationaal zeer veel wordt gebruikt is de ATC-classificatie. ATC staat voor Anatomisch Therapeutisch Chemisch. Deze classificatie wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie in Noorwegen toegekend. Een ATC-code voor een geneesmiddel bestaat uit 7 letters/cijfers, onderverdeeld in 5 niveaus. Het geneesmiddel Metformine (een middel bij diabetes) wordt bijvoorbeeld als volgt ingedeeld:

  • A – maag-darmkanaal en metabolisme (niveau 1: anatomische hoofdgroep)
  • A10 – geneesmiddelen gebruikt bij diabetes (niveau 2: therapeutische subgroep)
  • A10B – orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen (niveau 3: farmacologische subgroep)
  • A10BA – biguaniden (niveau 4: chemische subgroep)
  • A10BA02 – metformine (niveau 5: chemische stofnaam)

Retinoïde

0

De retinoïden vormen een klasse bio-organische verbindingen, die structureel verwant zijn met vitamine A. Ze worden in de geneeskunde gebruikt om de groei van de epitheelcellen te regelen.

Retinoïden vervullen een aantal belangrijke en diverse functies in het lichaam, waaronder bij het zien, de regulatie van celontwikkeling en -differentiatie, de groei van botweefsel, het immuunsysteem en bij de activatie van tumorsuppressorgenen.

Types

De chemische structuur van een retinoïde is verwant met die van vitamine A. Ze bestaan uit een cyclische groep, een (meestal geconjugeerd) polyeen en een polaire eindgroep. Het geconjugeerde gedeelte bestaat uit afwisselend enkelvoudige en dubbele C-C-bindingen, die verantwoordelijk zijn voor de typische kleur van de retinoïden. De meeste onder hen zijn bijgevolg chromoforen.

De retinoïden van de eerste en tweede generatie zijn in staat om te binden met welbepaalde receptoren. Dit heeft te maken met de flexibiliteit van de geconjugeerde koolstofketen. De derde generatie is minder flexibel en gaat daardoor minder interacties met receptoren aan.

Toepassingen

Retinoïden worden voornamelijk in de geneeskunde gebruikt. Ze worden voornamelijk, onder de vorm van geneesmiddelen, bij de behandeling van huidziekten ingezet, onder andere bij huidkanker, acne, psoriasis en dermatoheliosis.

Toxicologie

De meeste retinoïden zijn toxisch en teratogeen. De specifieke toxiciteit is afhankelijke van de hoeveelheid en de duur van blootstelling aan de stoffen. Symptomen van een intoxificatie zijn onder meer: anorexia, huidontstekingen, haaruitval, hepatosplenomegalie, papilloedema, bloedingen, pseudotumor cerebri. Uiteindelijk kan het ook tot de dood leiden.

Antibiotica

0

Het klassieke begrip antibioticum heeft betrekking op stoffen van organische oorsprong die ziekteverwekkers (met name bacteriën in het lichaam) bestrijden, dit naast chemotherapeutica, stoffen die door de mens langs synthetische weg zijn bereid. Tegenwoordig wordt dit onderscheid niet meer strikt gehandhaafd en spreekt men bij alle stoffen die aan mensen kunnen worden toegediend om bacteriële infecties te bestrijden over antibiotica. Met de term chemotherapeutica worden tegenwoordig meer specifiek anti-kankermiddelen bedoeld. Middelen die ziekteverwekkers doden die zich niet in het lichaam maar op de huid of op bijvoorbeeld werkbladen bevinden worden desinfectantia of antiseptica genoemd. Er zijn twee belangrijke groepen antibiotica: de bactericide of bacteriedodende, en de bacteriostatische of bacterieremmende, die de groei voorkomen. Voor een bactericide werking (bijvoorbeeld bij penicillinen) is groei soms noodzakelijk. Dergelijke middelen kunnen, althans theoretisch gezien, beter niet met een antibioticum uit de bacteriostatische groep (zoals doxycycline) worden gecombineerd.

Geschiedenis

Er zijn aanwijzingen dat reeds in de Egyptische tijd een gorgeldrank op basis van appelschimmel werd toegepast. In de middeleeuwen werd ontdekt dat kwik soms goed werkzaam was tegen syfilis, maar vanwege de bijwerkingen was dit een twijfelachtig waagstuk, dat aan het Oostenrijkse hof in de 18e eeuw om die reden zelfs verboden werd.

Sinds de 16e eeuw werd ook extract van pokhout toegepast, dat minder bijwerkingen had. Aan het einde van de 19e eeuw kwamen er enkele medicamenten beschikbaar die een voor die tijd relatief gunstige verhouding tussen werkzaamheid en bijwerkingen hadden, zoals een serum tegen difterie, en Atoxyl tegen syfilis, later verdrongen door het veel minder giftige Arsfenamine, in 1909 ontwikkeld de Duitse arts Paul Ehrlich en zijn medewerker Sahachiro Hata.

Het eerste echte antibioticum penicilline werd in 1928 door Britse arts-bacterioloog Alexander Fleming geïdentificeerd als de werkzame stof afgescheiden door een bepaalde penseelschimmel, Penicillium chrysogenum. Onder andere doordat Fleming uit idealisme weigerde zijn ontdekking te patenteren, was het voor de farmaceutische industrie niet zakelijk verantwoord het in productie te nemen.

De Duitse patholoog en bacterioloog Gerhard Domagk ontdekte in 1932 dat sulfonamide een bacteriocide was. Dit werd 1935 op de markt gebracht. Pas in 1941 verschenen de eerste publicaties over de toepassing van penicilline bij mensen en kwam, geholpen door druk vanuit de oorlogssituatie, de commerciële productie van penicilline op gang. Later kwam daar streptomycine (het eerste antibioticum tegen onder meer tuberculose) bij en allerlei daarvan afgeleide middelen.

De ontdekking en de toepassing van antibiotica zoals penicilline betekende een doorbraak in de bestrijding van ziekteverwekkende bacteriën. Er werd over gesproken als ‘een wondermiddel’, dat een grote effectiviteit paarde aan geringe bijwerkingen.

laatste Nieuws