Antibiotica

0
263

Het klassieke begrip antibioticum heeft betrekking op stoffen van organische oorsprong die ziekteverwekkers (met name bacteriën in het lichaam) bestrijden, dit naast chemotherapeutica, stoffen die door de mens langs synthetische weg zijn bereid. Tegenwoordig wordt dit onderscheid niet meer strikt gehandhaafd en spreekt men bij alle stoffen die aan mensen kunnen worden toegediend om bacteriële infecties te bestrijden over antibiotica. Met de term chemotherapeutica worden tegenwoordig meer specifiek anti-kankermiddelen bedoeld. Middelen die ziekteverwekkers doden die zich niet in het lichaam maar op de huid of op bijvoorbeeld werkbladen bevinden worden desinfectantia of antiseptica genoemd. Er zijn twee belangrijke groepen antibiotica: de bactericide of bacteriedodende, en de bacteriostatische of bacterieremmende, die de groei voorkomen. Voor een bactericide werking (bijvoorbeeld bij penicillinen) is groei soms noodzakelijk. Dergelijke middelen kunnen, althans theoretisch gezien, beter niet met een antibioticum uit de bacteriostatische groep (zoals doxycycline) worden gecombineerd.

Geschiedenis

Er zijn aanwijzingen dat reeds in de Egyptische tijd een gorgeldrank op basis van appelschimmel werd toegepast. In de middeleeuwen werd ontdekt dat kwik soms goed werkzaam was tegen syfilis, maar vanwege de bijwerkingen was dit een twijfelachtig waagstuk, dat aan het Oostenrijkse hof in de 18e eeuw om die reden zelfs verboden werd.

Sinds de 16e eeuw werd ook extract van pokhout toegepast, dat minder bijwerkingen had. Aan het einde van de 19e eeuw kwamen er enkele medicamenten beschikbaar die een voor die tijd relatief gunstige verhouding tussen werkzaamheid en bijwerkingen hadden, zoals een serum tegen difterie, en Atoxyl tegen syfilis, later verdrongen door het veel minder giftige Arsfenamine, in 1909 ontwikkeld de Duitse arts Paul Ehrlich en zijn medewerker Sahachiro Hata.

Het eerste echte antibioticum penicilline werd in 1928 door Britse arts-bacterioloog Alexander Fleming geïdentificeerd als de werkzame stof afgescheiden door een bepaalde penseelschimmel, Penicillium chrysogenum. Onder andere doordat Fleming uit idealisme weigerde zijn ontdekking te patenteren, was het voor de farmaceutische industrie niet zakelijk verantwoord het in productie te nemen.

De Duitse patholoog en bacterioloog Gerhard Domagk ontdekte in 1932 dat sulfonamide een bacteriocide was. Dit werd 1935 op de markt gebracht. Pas in 1941 verschenen de eerste publicaties over de toepassing van penicilline bij mensen en kwam, geholpen door druk vanuit de oorlogssituatie, de commerciële productie van penicilline op gang. Later kwam daar streptomycine (het eerste antibioticum tegen onder meer tuberculose) bij en allerlei daarvan afgeleide middelen.

De ontdekking en de toepassing van antibiotica zoals penicilline betekende een doorbraak in de bestrijding van ziekteverwekkende bacteriën. Er werd over gesproken als ‘een wondermiddel’, dat een grote effectiviteit paarde aan geringe bijwerkingen.

SHARE
Previous articleClindamycine
Next articleRetinoïde